Een kind dat moeite heeft op school kan te kampen hebben met leerproblemen of leerstoornissen. Er is echter een duidelijk verschil tussen beiden.

 

Een kind met leerproblemen presteert (tijdelijk) minder goed op school dan verwacht, omwille van zijn begaafdheid en intelligentie of omwille van duidelijke externe factoren (vb. emotionele of stressvolle gebeurtenissen (overlijden, scheiding, ...), zintuiglijke problemen, (langdurige) ziekte, ...).

 

Leerstoornissen komen echter voor bij kinderen met een normale intelligentie, die een goed redeneervermogen hebben of logisch kunnen denken. De problemen situeren zich vooral op vlak van een zwakker geheugen en bij de automatisering van handelingen. Het kind gaat bijgevolg een aantal vaardigheden niet vlot beheersen, maar op andere domeinen wel volgens verwachtingen functioneren. 

 

Leerstoornissen komen in beperkte mate meer voor bij jongens dan bij meisjes. Vaak komen ook meerdere stoornissen tegelijkertijd voor (comorbiditeit) of is er ook sprake van een ontwikkelingsstoornis of gedragsprobleem.

 

Leerstoornissen verwijzen zowel naar problemen bij het leren van schoolse vaardigheden, als naar problemen met het leren in de ruime betekenis van het woord. Herken je bij je kind verschillende aspecten van onderstaande problemen, dan is er wellicht sprake van een leerstoornis bij je kind:

 

         >aandachtsproblemen: moeilijk concentreren, snel afgeleid,       

            vergeetachtig, verstrooid, ...

         >dyslexie, dysorthografie, dyscalculie: achterstand in lezen, spelling,

            rekenen van meer dan twee schooljaren

         >dysgrafie: moeilijk schrijven, traag schrijftempo, nauwelijks of niet

           leesbaar handschrift, problemen met schrijfmotoriek, ...

         >dysfasie: laat beginnen met spreken, verwarde zinsbouw, opdrachten

            verkeerd verstaan, ...

          >moeilijkheden in oriëntatie in tijd en ruimte: moeilijkheden met de klok

             en tijdsbegrippen, tijd slecht inschatten, problemen met de weg

             vinden en begrippen zoals links/rechts, boven/onder, voor/achter, ...

          >psychomotorische problemen: laat fietsen, moeilijk leren zwemmen,

             niet binnen de lijntjes kunnen kleuren, schaar moeilijk hanteren,

             moeite met veters strikken, onhandigheid, ...

          >problemen met orde en structuur: alles verliezen, wanordelijk, taken

             vergeten, ...

          >geheugenproblemen: moeilijk onthouden van de tafels,

             tijdsbegrippen, namen van klasgenootjes, geleerde woordenschat, ...

          >sociale problemen: geen leeftijdgenoten als vrienden, enkel vrienden

             die veel ouder of jonger zijn, moeilijk zich aan spelregels houden,

             teruggetrokken leven, ...

 

Ergotherapie kan je kind helpen beter om te gaan met zijn problematiek door technieken aan te bieden bij het leren van vaardigheden.